Andere stijlen van Japanse acupunctuur I: Keiraku Chiryo

Op deze pagina’s zal een korte introductie worden gegeven van enkele andere Japanse stijlen van acupunctuur. Zoals gezegd zijn de Toyohari en de Manaka stijl waarschijnlijk relatief de meest beoefende systemen van Japanse Acupunctuur in Nederland. Uiteraard wordt er verder ook in Japan TCM beoefend. Maar gekenmerkt door diversiteit zijn er meer specifiek Japanse stijlvormen.

1. Keiraku Chiryo & Shudo stijl
2. Manaka
3. Kiiko Matsumoto

Keiraku Chiryo (Meridiaantherapie)
De eerder besproken Toyohari stijl is een substijl of afsplitsing van deze vorm van acupunctuur. Zoals in de geschiedenis valt te lezenis deze stijl ontstaan als tegenbeweging in reactie op de modernisering of shudo san franciscoverwetenschappelijking van acupunctuur. Keiraku Chiryo onder aanvoering van Sorei Yanagiya had niet tot doel kritiekloos de klassieke geschriften toe te passen maar wel de acupunctuur in zijn oorspronkelijke theorie en vorm te herstellen. Theorieën werden in praktijk gebracht en op hun effect getest. Alle klassieke theorieën die bruikbaar en effectief bleken werden gebruikt om een praktisch toepasbaar model te creëren voor deze stijl. Naast de Ling Shu en de Su Wen is de Nan-Ching het boek waar de stijl met name op gebaseerd is.

Op zich verschilt de Toyohari stijl niet heel veel van de oorspronkelijke meridiaantherapie. Voor een groot deel is een verwijzing naar de Toyohari pagina dan ook op zijn plaats. De verschillen zitten in beginsel in met name de volgende punten:

  • Meest kenmerkend is uiteraard het feit dat verreweg de meeste naalden bij Toyohari nog oppervlakkiger ingebracht worden in de huid.
  • Verschil in praktische toepassing van het 5 fasen model; in theorie is het zo dat een meridiaan die de zwakste fase of meridiaan ‘controleert’ (in de controlling cycle) niet deficiënt kan zijn. Fukushima, grondlegger van de Toyohari stijl, vond echter in de praktijk dat dit wel degelijk voor kon komen en richtte zich voorts op wat hij praktisch tegenkwam en de puristen van de meridiaantherapie daarentegen hielden zich vast aan het theoretisch model.
  • Ook bij de Hara-diagnostiek zijn er verschillen. Zowel in de indeling, het corresponderen van bepaalde regio’s met meridianen, als in de wijze van de palperen. Zeer oppervlakkig bij Toyohari en iets dieper/fysieker bij de oorspronkelijke Keiraku Chiryo.

Na de splitsing zijn er uiteraard meer specifieke ontwikkelingen geweest voor beide stijlen, in theorie, toepassing en naalden/instrumenten. Japanse stijlen kenmerken zich namelijk door voortdurende ontwikkeling en onderzoek. Het beschrijven van deze verschillen is niet vanuit een oogpunt van beter of effectiever. Het is een kwestie van verschil in inzicht en persoonlijke voorkeur van acupuncturisten voor de ene of voor de andere stijl. De grondslag blijft die, zoals beschreven in de klassieken.

Shudo Denmei
Een van de bekendste Japanse beoefenaars van deze stijl is Shudo Denmei. Zijn naaldinbreng is voor veel punten (zeker in de root treatment) overigens ook steeds oppervlakkiger geworden. Hij maakt daarbij vooral gebruik van SRI (Super Rotation Insertion). Bij hem volgde ik in San Francisco het seminar Acupuncture in the 21st Century – Treating the Mind. Zie ook de literatuurpagina en de foto hierboven.