De geschiedenis van de Chinese Geneeskunde

In de periode vanaf de pre-historie tot de 21e eeuw voor onze jaartelling deden de Chinese voorvaderen een aantal ontdekkingen; in hun zoektocht naar voedsel kwamen ze erachter dat het gebruik van bepaalde planten of voedselelementen lichamelijke klachten kon verhelpen; de ontdekking van vuur leidde ertoe dat mensen met behulp van warme stenen/ warm zand en dierenhuiden lokale pijnklachten kon verhelpen; verder zijn er bewijzen gevonden dat mensen in de Nieuwe Steentijd scherpe stenen (Bianshi) en dieren botten gebruikten om in hun lichaam te prikken voor verlichting van pijnklachten. Uiteindelijk zou dit eeuwen later door zich herhalende ervaringen en uitbreiding van ontdekkingen leiden tot de beginselen van respectievelijk de Chinese Kruidengeneeskunde, Moxa- en warmte therapie en Acupunctuur. Dat dit prille begin al voor onze jaartelling tot een hoogontwikkelde vorm van geneeskunde was gegroeid blijkt uit het volgende.

In 1973 bij opgravingen werden de zogenaamde tombes van Ma Wang Dui (Hunan Provincie) blootgelegd. De tombes dateren van 163 v.Chr. Dit was het jaar dat de laatste tombe werd afgesloten. In deze tombes trof men o.a. 14 zeer oude medische werken aan op zijde, bamboe en hout aan die bewezen hoe ver gevorderd de Chinese Geneeskunde meer dan 2000 jaar geleden al was. Twee van de manuscripten bevatten de eerste beschrijvingen van een meridiaanstelsel en het gebruik van moxibustie. Een ander manuscript bekend als Wu Shi Er Bing Fang (Prescripties voor 52 aandoeningen), beschrijft 240 kruiden en 300 formules. Ook werd een illustratie gevonden met 44 Daoyin/Qigong oefeningen. Qigong wordt al sinds de oudheid beoefend en was in de 16e eeuw v.Chr. al tot een gevorderd systeem gegroeid.

De bekendste klassieker in de Chinese Geneeskunde is ongetwijfeld de Huang Di Neijing (Het Klassieke Boek der Interne Geneeskunde van de Gele Keizer). Het boek dateert van rond 475 v. Chr. en bespreekt anatomie, fysiologie, pathologie, diagnose en behandeling. Het bevat reeds een gedetaileerde beschrijving van 12 meridianen en noemt een aantal kruidenformules in verschillende vormen; decocties, pillen etc. Een andere klassieker uit deze tijd is de Nan-Ching. Het bespreekt polsdiagnoses, aanvulling/completering van het meridiaanstelsel en acupunctuurpunten. Er zijn talloze klassiekers die dateren uit de eerste 3 eeuwen na Chr. Hiervan zijn de Shen Nong Ben Cao Jing (over materia medica), Shang Han Lun en de Zhen Jiu Jia Yi Jing (over acupunctuur en moxibustie) een aantal beroemde voorbeelden.

Het voert te ver om hier de complete verdere historie te beschrijven. Uiteraard heeft de Chinese Geneeskunde zich in deze verdere geschiedenis voortdurend ontwikkeld en heeft dus een zeer lang proces ondergaan om te kunnen groeien tot een volledig medisch systeem.
Echter, ongeveer 200 jaar geleden werd een periode ingezet met zeer ingrijpende gevolgen voor de Chinese Geneeskunde. De late Qing dynastie die zich steeds meer afkeerde van haar eigen tradities, de zognaamde moderniseringsdrang van de Nationalisten, de Communistische machtsovername en zeker de culturele revolutie zijn de Chinese Geneeskunde en andere hoogontwikkelde Chinese tradities bijna fataal geworden. Gelukkig heeft deze Geneeskunde uiteindelijk kunnen overleven tot op de dag van vandaag.

Terug naar de geschiedenis van de Japanse Acupunctuur.