Welkom in de Praktijkbibliotheek van Japanseacupunctuur.com

Op deze pagina’s treft u zeer uitgebreide informatie over Japanse acupunctuur en aanverwante gebieden.

Acupunctuur in China & Japan
Acupunctuur is meer dan 2500 jaar geleden in China ontstaan. In het jaar 562 arriveerde het in Japan. Monniken brachten werken mee op het gebied van acupunctuur, moxibustie en kruiden.

Uitwisseling van kennis, uitgebreide studie en het opkomen van excellente historische beoefenaars en pioniers leidden tot de ontwikkeling van verschillende stijlen met eigen karakteristieken en unieke methoden. Maar allemaal diep geworteld in de Chinees medische klassieken en trouw aan haar afkomst.

Japanse acupunctuur: Achtergrond en kenmerken
Goed beschouwd bestaat er niet zoiets als dè Japanse Acupunctuur. Acupunctuur in Japan wordt namelijk gekenmerkt door diversiteit; er zijn vele (sub)vormen en stijlen van acupunctuur. Bijvoorbeeld zoals u onder Geschiedenis kunt lezen: Mubunryu, Meridiaantherapie, Toyohari, vormen zoals de Manaka stijl, Ryodoraku etc. Toch kunnen we, naast diversiteit, een aantal gemeenschappelijke factoren noemen die kenmerkend zijn voor de meeste Japanse stijlen.

Technische innovatie en verfijndere methoden:
meridianenVan de geleidebuis in de 17e eeuw tot de steeds dunnere naalden in onze tijd; binnen de Japanse acupunctuur is men altijd voorop gegaan in het verbeteren en perfectioneren van materialen. Moderne uitvindingen voor een betere uitvoering van veelal klassieke methoden. Bijvoorbeeld voor de oppervlakkige en pijnloze insertie van de naalden is de combinatie van dunnere naalden met geleidebuis ideaal. De dunnere naalden zorgen ervoor dat de naald makkelijk de huid in gaat en de buis voorkomt dat de naald buigt bij bijvoorbeeld manuele insertie zonder buis. Om een vergelijking te geven: de gebruikte naalden hebben een diameter van 0,12 tot 0,16 mm terwijl bij de Chinese methode de gemiddelde naald al snel een diameter heeft van 0,25 mm! Verder kijkend naar het naaldgebruik zijn daar nog de verblijfsnaalden of hinaishin; minuscule naalden van 3 of 6 mm die voor de helft worden ingebracht voor stimulans tussen behandelingen door. Het ultieme voorbeeld van fijn naaldgebruik zijn de naaldmethoden van Toyohari.

De cups met ventielen en de handpomp zijn een ander voorbeeld. De vacuümkracht kan hiermee eenvoudiger worden bepaald dan met handmatige ‘fire cupping’ waar overdosis vaak op de loer ligt. Technische verfijning is niet een doel op zich maar het middel om met steeds subtielere stimuli, vergaande effecten te bereiken

Intensievere palpatie:
Naast de polsdiagnose wordt ook intensief gebruik gemaakt van hara- of buikdiagnostiek. Bijvoorbeeld gebaseerd op de klassieke Nan-Ching (Classic of Difficulties) of zoals bij de Manaka stijl voor de diagnose van de Buitengewone meridianen. Maar ook bij het lokaliseren van de acupunctuurpunten wordt er veelal meer gepalpeerd dan in andere stijlen van acupunctuur. De anatomische aanwijzingen in de literatuur geven aan waar de therapeut ongeveer moet ‘zoeken’. Aan de hand van bepaalde kwaliteiten van de huid en de weefsels daar vlak onder kan dan het exacte punt gevonden worden. Dit verschilt per persoon maar kan ook bij dezelfde patiënt variëren per keer.
Dit zoeken naar bepaalde kwaliteiten is ook zeker van toepassing bij het vinden van zogenaamde pressure pain points.

Aan de intensievere palpatie liggen een aantal achtergronden ten grondslag die sterk verweven zijn met de geschiedenis van de Japanse acupunctuur. De eerste is de invloed van de blinde acupuncturisten in haar geschiedenis. Tot op de dag van vandaag is nog steeds zo’n 30% van de acupuncturisten in Japan blind. Als geen ander zijn deze acupuncturisten afhankelijk van palpatie en hun tactiele vaardigheden zijn dan ook zeer hoog ontwikkeld. Een tweede achterliggende oorzaak is de verbondenheid van acupunctuur met massage (anma, anpuku) in Japan. Dit in tegenstelling met de ‘modernere’ ontwikkelingen in bijvoorbeeld China waar acupunctuur en kruidengeneeskunde meer verbonden zijn. Het spreekt vanzelf dat bij massage de tastzin en de praktijk een zeer grote rol spelen terwijl men bij de kruidengeneeskunde meer afhankelijk is van theorie en kennis/intellect.