| |
Japanse Acupunctuur: Gemeenschappelijke kenmerken
Goed beschouwd bestaat er niet zoiets als dč Japanse Acupunctuur. Acupunctuur in Japan wordt namelijk gekenmerkt
door diversiteit; er zijn vele (sub)vormen en stijlen
van acupunctuur. Bijvoorbeeld zoals u onder Geschiedenis
kunt
lezen: Mubunryu, Meridiaantherapie, Toyohari, vormen
zoals de Manaka stijl, Ryodoraku etc. Toch kunnen we,
naast diversiteit, een aantal gemeenschappelijke
factoren noemen die kenmerkend zijn voor de meeste
Japanse stijlen.
|
|
|
Technische innovatie en verfijndere methoden:
Van de geleidebuis in de 17e eeuw tot de steeds
dunnere naalden in onze tijd; binnen de Japanse
acupunctuur is men altijd voorop gegaan in het
verbeteren en perfectioneren van materialen. Moderne
uitvindingen voor een betere uitvoering van veelal
klassieke methoden. Bijvoorbeeld voor de oppervlakkige
en pijnloze insertie van de naalden is de combinatie van
dunnere naalden met geleidebuis ideaal. De dunnere
naalden zorgen ervoor dat de naald makkelijk de huid in
gaat en de buis voorkomt dat de naald buigt bij
bijvoorbeeld manuele insertie zonder buis. Om een
vergelijking te geven: de gebruikte naalden hebben een
diameter van 0,12 tot 0,16 mm terwijl bij de Chinese
methode de gemiddelde naald al snel een diameter heeft
van 0,25 mm! Verder kijkend naar het naaldgebruik zijn
daar nog de verblijfsnaalden of hinaishin; minuscule
naalden van 3 of 6 mm die voor de helft worden
ingebracht voor stimulans tussen behandelingen door. Het
ultieme voorbeeld van fijn naaldgebruik zijn de
non-invasieve methoden van
Toyohari.
De cups met ventielen en de handpomp zijn een ander
voorbeeld. De vacuümkracht kan hiermee eenvoudiger
worden bepaald dan met handmatige ‘fire cupping’ waar
overdosis vaak op de loer ligt. Technische verfijning is
niet een doel op zich maar het middel om met steeds
subtielere stimuli, vergaande effecten te bereiken
Intensievere palpatie:
Naast de polsdiagnose wordt ook intensief gebruik
gemaakt van hara- of buikdiagnostiek. Bijvoorbeeld
gebaseerd op de klassieke Nan-Ching (Classic of
Difficulties) of zoals bij de Manaka stijl voor de
diagnose van de Buitengewone meridianen. Maar ook bij
het lokaliseren van de acupunctuurpunten wordt er veelal
meer gepalpeerd dan in andere stijlen van acupunctuur. De
anatomische aanwijzingen in de literatuur geven aan waar
de therapeut ongeveer moet ‘zoeken’. Aan de hand
van bepaalde kwaliteiten van de huid en de weefsels daar
vlak onder kan dan het exacte punt gevonden worden. Dit
verschilt per persoon maar kan ook bij dezelfde patiënt
variëren per keer.
Dit zoeken naar bepaalde kwaliteiten is ook zeker van
toepassing bij het vinden van zogenaamde pressure pain
points.
Aan de intensievere palpatie liggen een aantal
achtergronden ten grondslag die sterk verweven zijn met
de geschiedenis van de Japanse acupunctuur. De eerste is
de invloed van de blinde acupuncturisten in haar
geschiedenis. Tot op de dag van vandaag is nog steeds
zo’n 30% van de acupuncturisten in Japan blind. Als geen
ander zijn deze acupuncturisten afhankelijk van palpatie
en hun tactiele vaardigheden zijn dan ook zeer hoog
ontwikkeld. Een tweede achterliggende oorzaak is de
verbondenheid van acupunctuur met massage (anma, anpuku)
in Japan. Dit in tegenstelling met de ‘modernere’
ontwikkelingen in bijvoorbeeld China waar acupunctuur en
kruidengeneeskunde meer verbonden zijn. Het spreekt
vanzelf dat bij massage de tastzin en de praktijk een
zeer grote rol spelen terwijl men bij de
kruidengeneeskunde meer afhankelijk is van theorie en
kennis/intellect.
|
|
|